Bekentenissen van een racist

Ik ben er niet trots op, maar ook in mij schuilt een racist. Een bange racist. Want als ik eerlijk ben heb ik liever “gewone, nette, witte Nederlanders” als nieuwe buren dan mensen met een afkomst die mij vreemd is, met een andere huidskleur en andere gewoonten. Als ik een groep jongeren tegenkom, met donkere kleding en het gezicht half verborgen in hoodies, voel ik mij sowieso niet op mijn gemak, maar nog minder als het om jongeren met een donkere huid en een voor mij vreemde taal gaat. En als mijn kleindochter thuis zou komen met een donkere jongen zou ik dat ongemakkelijk vinden. Ik vind het lastig om het toe te geven, maar het is zo. En als ik heel eerlijk ben, heb ik liever geen AZC in mijn wijk en zou ik graag zien dat die mensen ergens anders worden opgevangen. Ik ben gesteld op mijn rustige leventje en houd niet van gedoe.

Nu ik toch bezig ben, biecht ik ook maar op dat ik slecht tegen kritiek kan, me snel op mijn teentjes getrapt voel. Dat ik soms te bitsig en fel reageer. En dat ik in mijn boosheid niet altijd goed luister. Ik ben echter niet trots op mijn tekortkomingen en vind dat ik eraan moet werken om het anders te doen, béter te doen. Dat ik de oorzaken van mijn ongemak niet bij anderen, maar in de eerste plaats bij mezelf moet zoeken. En dat ik me af moet vragen of mijn ideeën wel kloppen.

Zo wil ik er niet aan voorbijgaan dat de opvang van asielzoekers in de meeste gevallen eerst dan wel een gevoel van onveiligheid kan oproepen, maar dat dat na verloop van tijd gelukkig niet terecht blijkt omdat verreweg de meeste mensen zich goed gedragen.

Ook hier in Apeldoorn wordt geroepen dat onze kinderen, en vooral onze dochters, niet meer veilig zijn. Maar ik denk dat ze meer te vrezen hebben van Influencers die blaten dat een vrouw onderdanig aan de man moet zijn en onvoorwaardelijk tegemoet moet komen aan zijn wensen, zeker zijn seksuele.

Ik krijg te horen dat ik naïef ben en veel te gemakkelijk denk over gevaren die een azc met zich mee zou brengen. Misschien is dat waar. Maar wat zéker waar is, is dat er nu al grof geweld gepleegd is en wordt door tegenstanders. En dat dat gemeenten veel menskracht en geld kost dat heel wat beter besteed had kunnen worden, en bovendien bepaald niet zorgt voor het zo gewenste gevoel van veiligheid. Trouwens, alleen al met deze bekentenissen loop ik meer kans drek over me heen te krijgen van vertegenwoordigers van “het eigen volk” dan van vreemdelingen.

Als inwoner van Apeldoorn wil ik mij niet verzetten tegen de komst van 240 asielzoekers, maar loyaal zijn aan een burgemeester en gemeenteraad die gewoon doen wat we met ons allen democratisch besloten hebben: de zorg voor asielzoekers eerlijk verdelen over álle gemeenten. Wie wil demonstreren voor veiligheid zou dat dus (fatsoenlijk en geweldloos!) moeten doen in gemeenten die hun verplichtingen niet nakomen. Want nee, mevrouw Yeşilgöz en meneer Brekelmans: het is níet aan de gemeenten om te bepalen of ze wel of niet voor opvang zullen zorgen. U bent zélf minstens zo verantwoordelijk voor het uitvoeren van de spreidingswet als uw burgemeesters. En u bent medeverantwoordelijk voor het geweld dat veroorzaakt wordt door lieden die roepen dat ons als burgers iets door de strot wordt geduwd. Die verantwoordelijkheid draagt u in ieder geval als politicus, maar meer nog als méns.

Ik geef het eerlijk toe: de roep “eigen volk eerst’ raakt in mij een sentiment dat ik herken. Maar het is een sentiment dat niemand verder brengt, behalve degenen die uit zijn op macht. Het is een sentiment dat menselijkheid en vreedzaam samenleven ondermijnt en kapotmaakt. Ik wil er dan ook niet aan toegeven. En ik geloof dat o.a. mevrouw De Vos, mevrouw Keijzer, meneer Wilders en meneer Markuszower, die keer op keer dit sentiment voeden, aanmerkelijk gevaarlijker zijn voor ons land dan alle asielzoekers bij elkaar. En het moet zo langzamerhand toch wel duidelijk zijn dat Trump met zijn megalomane “Make America Great (and white) Again” Amerika juist niet groot maakt, maar het in een onbetrouwbare schurkenstaat aan het veranderen is.

Ja, ook ik voel ongemak en soms ook angst, maar ik wil niet toegeven aan racistische sentimenten en superioriteitsgevoelens omdat ze fundamenteel onjuist zijn en ik daarmee niet alleen de ander ontmenselijk, maar ook mijzelf. Ik vind dan ook dat ik niet mijn ongemak en angst moet voeden, maar de zachte krachten van liefde en menselijkheid. Ik geloof oprecht dat de enige uitweg is elkaar in de eerste plaats als medemens te zien, ongeacht af- of herkomst. Te erkennen en te léven dat we allemaal wereldburgers zijn met gelijke rechten op een menswaardig bestaan. Zoals Alicja Gescinska het zei in Trouw (16 mei 2026): “Mijn vrijheid kan pas bestaan bij de vrijheid van anderen. In een echt vrije samenleving ben je niet vrij ten koste van de ander, niet naast de ander, maar mét de ander. Elke vrijheid is relationeel.”

Mijn lief en ik hebben trouwens al jaren arbeidsmigranten uit Oost-Europa naast ons wonen. Daar dacht ik eerst ook het mijne van, maar ik moet eerlijk toegeven dat we nooit last van ze hebben. En ik denk wel eens: wat heb ik een mazzel dat ik in een land als Nederland geboren ben en niet ver van huis hoef om me verzekerd te weten van een goed en veilig bestaan. En dan hoop ik maar dat als ik ooit zal moeten vluchten ik ergens welkom zal zijn.

(Beeld: Vecteezy)

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.